Post navigation

Aziëreis, Techgirl

Zes maanden backpacken door Azië

Achter Techgirl.nl zit een team van vaste redacteuren en gastbloggers. Ik, Merel, ben sinds kort zo’n gastblogger. Ik ben 27 jaar, woon in Amsterdam en werk als online content en marketing specialist voor een non-profit organisatie die zich inzet voor meer meisjes en vrouwen in de bèta, techniek en ICT. Mijn werk heb ik echter tijdelijk ‘opgeschort’ om samen met mijn vriend een half jaar op reis door Azië te trekken.

Ons avontuur is een maand geleden begonnen op Bali waar we drie weken lang als vrijwilliger hebben gewerkt voor het Turtle Conservation Project. De culturele introductieweek in Ubud samen met vrijwilligers van andere projecten was een ervaring op zich. Van kookcursus tot taalles en van het bezoeken van een traditionele dansvoorstelling tot letterlijk en figuurlijk ondergedompeld worden in het Hindoeïsme in de Holy Water Temple.

Vooral het ontmoeten van zo veel nieuwe mensen van verschillende achtergronden is ongelofelijk leuk. Je kent elkaar net 5 minuten en besluit om samen midden in de nacht de hoogste berg van Bali (3142 meter) te beklimmen. Wikipedia zegt het volgende over de Agung: “De Agung (Indonesisch: Gunung Agung) is een matig actieve vulkaan op Bali in Indonesië, die de hoogste berg op het eiland vormt. (…) De beklimming is vrij zwaar, lang en gevaarlijk.” Gelukkig heb ik dat pas naderhand opgezocht, anders was ik waarschijnlijk niet gegaan.

Om 01.30 uur ’s nachts begonnen we aan een klim van 3,5 uur met als doel op tijd boven te zijn voor de zonsopkomst. Het is een bizarre tocht: het enige wat je ziet, zijn je eigen voeten en die van degene voor je in het licht van je hoofdlamp. Twee Balinese gidsen die geen woord Engels spreken begeleiden ons en wijzen af en toe waar je je voeten neer moet zetten of jezelf omhoog kan trekken. Het is meer klauteren dan wandelen, maar het is het helemaal waard. In de ijzige wind sta ik een uur lang te kijken naar de horizon die van diepdonker blauw, naar rood naar oranje/roze kleurt. Terwijl mijn vriend filmt met de GoPro maak ik meer dan honderd foto’s. Overigens moet ik nog even niet denken aan de terugweg… Toch benieuwd hoe die was? Bekijk hier de timelapse.

Na dit hoogtepunt vertrekken we per stuiterende speedboot richting de schildpadden op Nusa Penida, een klein eiland naast Bali. Het is het oorspronkelijke Bali zonder toerisme. Het leven is simpel en de accommodatie basic (de krakende bamboestapelbedden zal ik niet missen), maar het mogen boenen van schildpaddenbuikjes maakt dat ruimschoots goed. In het Turtle Conservation Center worden zo’n honderd schildpadden opgevangen van klein tot groot. Het is ongelofelijk wat het vaste team van coördinatoren hier doet met vrijwel niets. Achttien tanks, één brakke pomp die zeewater naar binnen pompt, een voorraad vis en wat sponzen en tandenborstels om zowel tanks als turtles te schrobben. Meer heb je blijkbaar niet nodig om écht een verschil te maken.

Waar je ook komt in Bali, overal valt op hoe vriendelijk de mensen hier zijn. Je wordt door iedereen met een brede glimlach begroet en locals die ook maar een klein beetje Engels spreken vertellen je graag over hun eiland en cultuur. Een jongeman legt ons de spelregels uit van het hanengevecht waar we toevallig in zijn belandt (heftig!), een vrouw in de bus stopt ons een sabo toe (ziet eruit als een aardappel, smaakt naar kiwi) en de receptionist van onze homestay in Munduk (waar we onze laatste dagen op Bali verblijven) neemt ons mee een dagje uit met zijn familie.

De eerste maand is razendsnel voorbij gegaan. Daarin heb ik drie belangrijke dingen geleerd: je kan veel meer dan je denkt, vertrouw op de locals (behalve als ze een prijs noemen) en reizen is heel veel leuke mensen leren kennen. De komende maanden hoop ik je te vermaken met mijn reisverhalen en gaandeweg reistips te kunnen delen. Mocht je vragen of tips voor mijn reis door Azië hebben, laat ze achter in de comments.

Gastblog voor Techgirl.nl